De slag om Wenen van 1683: de islam aan de poorten van Wenen.

Hulp kwam uit de bergen en de bossen

Bijna twee maanden lang, van 14 juli tot begin september 1683, doorstond Wenen een belegering van een enorm Turks leger. De Turkse  Serasker (opperbevelhebber), Grootvizier Kara “Zwart” Mustafa, eiste overgave, maar Graaf Ernst Rüdiger von Starhemberg, de bevelhebber van het Weense garnizoen brieste, “Laat hem komen, ik zal vechten tot de laatste druppel bloed.”


De slag op de Kahlenberg, 1683 door Frans Geffels. Poolse ruiters dalen af richting de Ottomaanse troepen die Wenen belegeren. Het Ottomaanse elitekorps van de Janitsaren werden pas uit de loopgraven geroepen toen het te laat was. .

Die laatste bloeddruppel werd bijna vergoten. Turkse mijn en bombardementen hadden gigantische gaten geslagen in de stadsmuren. Afvalwater, troep en lichamen vervuilden de straten en ziektes tierden welig. Nadat 18 grootscheepse Turkse bestormingen waren afgeslagen, was nog maar een derde deel van 11.500 man tellende garnizoen in staat om te vechten en hun munitie was bijna op. Starhemberg wist dat de Weense verdediging op zijn laatste benen liep. De enige Weense hoop was dat een christelijk ontzettingsleger bijtijds zou arriveren. Zonder dat leger zouden de Turken de stad binnenstromen en moedwillig de inwoners afslachten of tot slaaf maken.

De brandende ambitie van Mustafa

Starhemberg kon in ieder geval enige moed putten uit het feit dat bij de vijand de omstandigheden nauwelijks beter waren.  Onder de Turken waren ziektes onbeheersbaar door ontoereikende sanitaire voorzieningen, gesneuvelden waren afschuwelijk en de moraal holde achteruit. Erger nog er gingen geruchten over een immens Christelijk leger dat naderde uit de Weense bossen. Desalniettemin bleef Mustafa onverminderd vertrouwen houden in de overwinning.

Mustafa had nog een andere redden om door te drukken; hij was bang voor de toorn van de Sultan als hij zou falen. Door Wenen te belegeren was Mustafa ongehoorzaam geweest aan Sultan Mehmed IV (1648-1687), die wilde eigenlijk dat Mustafa niet veel meer zou doen dan keizerlijke forten in grensgebieden innemen. Maar dit soort bescheiden doelen gaven Mustafa geen bevrediging.

Kara Mustafa pasha
Van buiten aantrekkelijk, waardig een devote Moslim, maar van binnen was de Grootvizier een arrogante machtswellusteling met een openlijke haat voor christenen. Zijn enige kwaliteit was zijn persoonlijke moed, maar zelfs deze karaktereigenschap werd aangetast door daden van extreme wreedheid; ooit vilde hij levende Polen en stuurde hun bewerkte huiden naar de Sultan bij wijze van trofee. Mustafa gaf slechts om zijn eigen carrière en maakte vrijuit gebruik van bedrog en chantage om zijn gebrek aan talent te compenseren. Vastbesloten om in voetstappen te treden van de grote islamitische veroveraars. Hij wilde de barrière overwinnen die al in 1529 de westelijke voortgang van de Ottomaanse Turken had geblokkeerd: Wenen, hoofdstad van het heilige Roomse Rijk en thuisbasis van de keizerlijke Habsburgdynastie.

Leopold I pleit voor hulp

In groot contrast met de agressieve persoonlijkheid van Mustafa,  de heilige Roomse Keizer Leopold I (1658-1705) ontvluchtte laf zijn eigen hoofdstad Wenen en vond veiligheid in Passau. Een boekenwurm en componist, de godvruchtige Leopold was niet echt een krijger. Maar hij was ook niet van plan zijn hoofdstad in de steek te laten en was koortsachtig de Duitse en Poolse adelstand aan het bewerken om Wenen te hulp te schieten.

Zijn smeekbedes waren niet aan dovemans oren gericht. Op 7 september had zich een machtig leger verzameld in de Tulln-vallei, 30 kilometer noordwestelijk van Wenen. Daar waren John III Sobieski, de Poolse koning en groot-hertog van Litouwen met 18.000 Polen, keurvorst  Max Emmanuel van Beieren met 11.000 man; en prins George Frederik van Waldeck-Eisenberg met 8.000 Duitsers uit Frankenland  en Zwaben. Prins George van Hannover (de toekomstige koning George I van Engeland) kwam aan met zijn lijfwacht van 600 cavaliers gestuurd door zijn vader Hertog  Ernst August van Hannover, en 9000 Saksen aangevoerd door de Keurvorst van Saksen: Johan George III von Wettin. Dat gevoegd bij de keizerlijke generaal-luitenant hertog Karel V van Lotharingen met 20.000 Oostenrijkers zorgde ervoor dat het geallieerde leger meer dan 66.600 troepen telde.

Charles V  Duke of Lorraine
Charles V Duke of Lorraine
De hertog van Lotharingen, die gebukt ging onder een pokdalig gezicht en een manke poot, zijn bewezen krijgsgeschiedenis tegen zowel de Turken als de Fransen, zijn persoonlijke moed, nederigheid en charme won een ieders genegenheid en bewondering. Op aanbeveling van Lotharingen werd het opperbevelhebberschap gegeven aan de Poolse koning  Sobieski was de hoogste in rang en had zijn waarde en kunde al gedemonstreerd door de Turken te verslaan bij Khocizm in 1673. Hoewel hij niet meer de jongste was en zo dik dat hij alleen met hulp zijn paard kon bestijgen, maar hij beschikte over een scherpe geest en in volle wapenuitrusting zag hij er nog altijd uit als een charismatische opperbevelhebber.

Het plan van Lotharingen om de Turken fijn te drukken

Sobieski zou de Polen aanvoeren en Lotharingen de Oostenrijkse-Duitse troepen. Verder zou iedereen zijn eigen troepen aanvoeren maar zich we scharen achter het tactische plan van Lotharingen. Het idee was om vanuit Tulln door de wouden van Wenen op te marcheren naar de hoogtes van de Kahlenberg. Vanaf die brede, golvende afdaling zouden de Turken tegen de stad, de Donau en de Wien-rivier worden teruggedrongen. Deze benadering zou de Turken de natuurlijke verdediging van de rivieren ontnemen en omdat de geallieerden uit de wildernis zouden verschijnen, hoopten zij hun vijand onvoorbereid te kunnen overrompelen.

Op de 10de bereikte het hoofdleger de Weidlingvallei aan de noordwestkant van de Kahlenberg. Drie dagen daarvoor was de voorhoede van 600 karabiniers onder leiding van kolonel Donat Heissler al op de Kahlenberg gearriveerd en hadden daar vuren ontstoken om Wenen op de hoogte te brengen van de aanstaande ontzetting.

Jan Sobieski III
‘s Morgens vroeg op 11 september, stuurde Lotharingen versterkingen naar Heissler, die zijn karabiniers, musketiers en een groep Italiaanse vrijwilligers richting de Turkse buitenposten stuurden bij de Sint Leopoldkapel en de kloosterruïne op de top van de Kahlenberg. Nadat de Turken verjaagd waren uit de heilige christelijke plaatsen, ontstak  Heissler fakkels in de donkere nacht. Voor de verdedigers van de gehavende Weense stadswallen de vuren en fakkels waren als een teken van God; hun gebeden waren uiteindelijk verhoord.
Rond 11 uur in de ochtend van de 11de, het Oostenrijks-Duitse contingent nam posities in tussen de Leopoldsberg en Hermannskogel: Lotharingen en John George met de keizerlijke troepen en Saksen aan de linkerkant en Waldeck en Max Emmanuel met Franken, Beiers en keizerlijke troepen aan de rechterkant. Beide contingenten plaatsten hun cavalerie op de buitenste flanken. Ondertussen waren de Polen aan het worstelen om de Weidlingsbeek over te steken om de rechtervleugel te vormen van de geallieerden , tussen Rosskopf en Dreimarkstein.

Later die dag was er een ontmoeting tussen de prinsen en de generaals aan de rand zodat zij het panorama van de belegering konden overzien. Onder hen Turkse belegeringswerktuigen en kampen die de stad omsingelden, ingeklemd tussen de rivier de Wien in het zuiden en de Donau in het noorden. Een ijle rooksliert steeg op vanuit het gebied waar constant artillerie werd afgevuurd, exploderende mijnen en kampvuren. Zorgelijker was het ruige terrein vol afgronden, ravijnen en bosschages die vanuit de heuvels omlaag leiden naar de vlakte beneden.

De boze Sobieski beweerde dat de kaarten die de keizerlijke commandanten hem hadden gestuurd misleidend waren. Hij had een veen gelijkmatiger terrein verwacht en stelde een omweg naar het zuiden voor of een langzame, nauwgezette opmars. Deze ideeën werden stoutmoedig verworpen door de andere generaals die besloten door te gaan met het idee van de massale aanval vanaf de randen van de Weense bossen. Hoewel het terrein ruig was, merkten ze op dat Mustafa erg weinig had gedaan om zijn bezettingsmacht te versterken. Niettemin slaagde de Poolse koning erin om nog vier Habsburgse infanterie bataljons te verplaatsen als ondersteuning van de Poolse cavalerie.

Die nacht gaf Lotharingen zijn artilleriegeneraal, graaf James Leslie, bevel om een batterij vuursteun te plaatsen langs de randen van de Kahlenberg voor de belangrijkste opmars. Terwijl de artilleristen werkten beroofden uitroepen “Allah” en het voortdurende artilleriebombardement van Wenen, de christenen van hun verdiende slaap. Bovendien, was de mars van de vorige dag tegen hoge snelheid uitgevoerd gezien het lastige terrein en het stormachtige weer.  Om de draaglast wat te verlichten werden veel voorraden achtergelaten, zodat de mannen lege magen hadden en de paarden zich voeden met bladeren. Ondanks deze ontberingen bleef de moraal goed.

De Ottomanen wachten de aanval af

Beneden de christenen wachten meer dan  70.000 Ottomanen en hulptroepen, geplooid tussen de Donau en de Wien, de aanval af. Kara Mehmed Pasha, Beylerbeyi van Diyarbakir, met 10.000 troepen —waaronder de Bosnisch-Roemelische die zich concentreerden rond de Nussberg— die de rechtervleugel vormden. Achter hem, op het Prater eiland, bevonden zich nog eens 5000 versterkingen uit Moldavie en Walachije.
De bulk van het Turkse midden aangevoerd door Ibrahim Pasha, Beylerbeyi van Buda, en Kara Mustafa bezetten de versterkte randen  boven de Döblingerbach en Krottenbach tot aan Weinhaus. Ibrahim en Mustafas troepen, bestaande uit cavalaerie, paramilitaire jeugd (seymen), boerenmilities en infanterie (Janitsaren), alles bij elkaar zo’n 23.000 man sterk. Daarnaast Abaza Sari Hüseyin Pasha, Beylerbeyi van Damascus, die de rest van de centrale lijn aanvoerde. Zijn 15.000 troepen bestonden vooral uit cavalerie en hielden de lijn Weinhaus-Ottakring-Baumgarten bezet met kleinere detachementen rondom de Schafberg om de eerste christelijke opmars te vertragen en te hinderen. Muren en de talloze gebouwtjes in wijngaarden boden bescherming aan de verdedigers. Aan de noordoever van de Wien, op de linkervleugel bij Mariabrunn, stonden18.000 Tartaren. “Allah, de koning is werkelijk onder ons” roept hun Kahn als hij Sobieski ontdekt, die hij kent van vorige veldslagen en die eigenhandig het ontzettingsleger aanvoert. In een besluit waar Ibrahim Pasha zich tegen keert maar dat wordt goedgekeurd door de rest van de legerleiding, beveelt Kara Mustafa dat de resterende 15.000 Janitsaren en provinciale troepen doorgaan met de belegering van Wenen.

Vienna battle formations in 1638, by Ludwich H.Dyck
Om 5 uur ‘s ochtends op 12 september opent de voorhoede van Kara Mehmed de slag door te proberen te verhinderen dat Leslie’s artillerie wordt opgesteld. Vanaf zijn uitzichtpunt op het vervallen klooster ziet Lotharingen dat de hele Turkse rechtervleugel de aanval op de batterij ondersteunt. In antwoord stuurt Lotharingen versterkingen naar Leslie en vraagt om de opmars van de Oostenrijkse-Duitse linkervleugel. Tegen zonsopgang, op wat een mooie, heldere dag gaat worden, krijgen ook Waldeck en Max Emmanuel bevel om aan de afdaling te beginnen. Nadat hij Sobieski op de hoogte heeft gebracht en zijn goedkeuring heeft gekregen, haast Lotharingen zich naar de Oostenrijk-Saksische troepen die zich door de nauwe passages van de Kahlenberg omlaag begeven. De Poolse koning bereidde zich voor op de slag door een mis bij te wonen in de Sint Leopoldkapel.

De slag begint

Voor de Turken leek het alsof  “een alles opslokkende stroom van zwarte hars de heuvels kwam afgestroomd” aan het hoofd wapperde een grote rode vlag met een wit kruis. De grootste zorg van Lotharingen was het in stand houden van een gesloten front, een ontmoedigende taak gegeven het ongelijkmatige terrein.

Gesteund door hertog Eugene van Croy’s infanterie, de Oostenrijkers zorgden dat de vurende Turken zich niet langer richten op Leslie’s artillerie en samen met de Saksen van Johan George aan hun rechterkant vestigden ze een lijn die uitkeek op het bos van  Nussberg-Karpfen. Ondersteund door lichte artillerie en een onophoudelijk salvo van musketschoten, zorgden de Oostenrijkers voor een langzame maar gestage opmars richting Nussberg. Daar stuitten ze op onverzettelijke weerstand van de Turken, die slim gebruik maakten van de dekking die het terrein hen bood. Een keizerlijk regiment dat de buitenwijken van Nussdorf had bereikt, werd teruggedrongen terwijl de Turken die nog steeds Kahlenbergdorf bezetten de Oostenrijkse linkerflank bedreigden.

King John III Sobieski blessing the Polish attack on the Ottomans in Battle of Vienna; painting by Juliusz Kossak. (Wiki Commons)
King John III Sobieski blessing the Polish attack on the Ottomans in Battle of Vienna; painting by Juliusz Kossak. (Wiki Commons) Lotharingen beval graaf Caprara om Kahlenbergerdorf te bestormen vanaf de Leopoldsberg. Onder aanvoering van Heissler, ontmoetten de dragonders aanvankelijk hevige weerstand maar, met steun van de zware cavalerie van prins Jerome Lubomirski werd Kahlenbergerdorf ingenomen en werd verder opgetrokken. Maar de mannen van  Mehmed, versterkt met seymen, hertelde zich en wierp de christenen terug naar het dorp. In de buitenwijken onthoofden de Turken gewonde en stervende soldaten.
Tegen 10 uur ‘s ochtends nam de Duitse linkervleugel de rand van de Nussberg in. Ongelukkigerwijze
waren aan de rechterkant Waldeck en Max Emmanuel er niet in geslaagd de opmars van Lotharingen bij te houden. Daarom lag de rechterflank van de Saksen bloot die vanuit het Karpfenbos naar links waren afgebogen om de Oostenrijkse aanval op de Turkse Nussberg posities kracht bij te zetten.
Lotharingen riep op tot een pas op de plaats zodat Waldeck en de tweede en derde Oostenrijks-Saksische gevechtslijnen konden bijsluiten en opnieuw een stevig front konden vormen. In het gezelschap van Johan George, haastte Lotharingen zich naar de frontlinie om persoonlijk de Duitse soldaten aan te voeren. Ondertussen had Sobieski de kapel verlaten om zijn Poolse troepen aan te sporen die nog steeds niet waren gearriveerd in hun positie ten zuiden van Waldeck.

De Grootvizier en Ibrahim Pasha erkenden het gevaar van het verlies van de Nussberg als een serieuze dreiging voor hun rechterflank, ze lanceerden een venijnige tegenaanval maar warden teruggedrongen naar het vlakke terrein rond Grinzig. Een tweede aanvalsgolf bleek succesvoller zodat de keizerlijke infanterie begon te wankelen maar werd gerede door de aankomst van de dragonders en de elitetroepen van de geharnaste kurassiers van de zware cavalerie. Onder hen Johan George en zijn lijfwacht cavalerie. Hij was gewond aan zijn wang door een pijl maar de Saksische keurvorst wist niettemin een Syrische lansruiter neer te halen. Hun voordelen verder uitspelend rukten de Saksen op door het Muckendal in de richting van Heiligenstadt terwijl de Oostenrijkers zich richting  Nussdorf verplaatsten.

De aanval op Nussdorf

Ondersteund door de artillerie van Leslie, die nu stond opgesteld op de Nussberg, en de opmars van Caprara vanuit Kahlenbergerdorf, leidden Saksische en keizerlijke dragonders onder markgraaf Ludwig Wilhelm van Baden en Heissler de aanval op Nussdorf. Ingegraven in kelders, sloten en vervallen muren, boden de Turken fel verzet en moesten zich pas gewonnen geven na de aankomst van veldmaarschalk Herman van Baden, de oom van Wilhelm, die de Oostenrijkse infanterie aanvoerde. Aan de zuidkant verdreef veldmaarschalk von Goltz-Saksen de Turken met succes uit Heiligenstadt en Grinzig.

Om 12 uur ‘s middags liet Lotharingen zijn troepen opnieuw halt houden om op adem te komen. De ochtendcampagne was een doorslaand succes geworden. De hele Turkse rechtervleugel van Kara Mehmed was compleet overlopen en in de pan gehakt. De Oostenrijkers-Saksen stonden nu tegenover Ibrahim Pasha aan de andere kant van de  Döblingerbach. Waldeck en Max Emmanuel, die weinig tegenstand hadden ondervonden, bereikten Ibrahim zijn flank bij de Krottenbach terwijl Caprara en Lubomirski de Roemenen langs de Donau uit elkaar joegen.

De Polen betreden het strijdtoneel

Uiteindelijk verschenen de Polen op de hoger gelegen delen na een slopende mars door het ruige terrein van de Weidlingvallei. In het midden kwam Sobieski met artilleriegeneraal Martin Katski afgedaald van de Gränberg. Aan de linkerkant kwam veld hetman Nicolas Sieniawski naar beneden vanaf Dreimarkstein, en aan de rechterkant kwam Kroon hetman Stanislaw Jablonowski omlaag vanaf de Rosskopf. Poolse infanterie en de geleende Habsburg bataljons speurden de afdaling af zodat ze als gesloten front konden afdalen naar de vlaktes beneden.

Doornstruiken, wijnranken, sloten, hagen en individuele gönüllü zelfmoordaanvallen vertraagden de Poolse opmars. Niettemin ondanks een geestdriftige verdediging door Abaza Sari Hüseyin, rukten de Polen, gesteund door artillerievuur, gestaag op. Onder aanvoering van Sobieski werd om 2 uur ‘s middags de Michaelerberg bereikt. De Duiters die nu in zicht kwamen barstten uit in luid gejuich toen zij hun Poolse bondgenoten in het vizier kregen. Voorbij de Michaelerberg, op de hellingen van de Schafberg, moesten de Polen even pas op de plaats maken. Voor Sieniawski uit waren 1000 Janitsaren de wijngaarden achter Plötzleinsdorf binnengedrongen, en verstoorden zo de samensmelting van Sieniawski en Waldeck zijn rechtervleugel. De Janitsaren verdedigden zich stoutmoedig maar werden verdreven door de komst van de keizerlijke kurassiers.

Tegen 4 uur ‘s middags bereikten Sobieski en Sieniawski het vlakke terrein oostelijk van de Schafberg. Aan hun rechterkant weerde Jablonowski een zwakke aanval af van de Tartaren bij Mariabrunn. Sobieski gelastte een hergroepering. Kara Mustafa, zich bewust van de nieuwe Poolse dreiging voor de Turkse linkervleugel, gebruikte dit respijt om troepen van Ibrahim terug te trekken ter versterking van Hüseyin Pasha.

De Poolse cavalerie-eenheden worden geslacht

Sieniawski heropent de strijd door een choragiew (standaard Poolse cavalerie-eenheid) van Kroonhuzaren eropuit te sturen. Zij worstelden zich door twee vijandelijke lijnen maar de ongeveer 150 ruiters waren niet tegen de taak opgewassen. Ze moesten zich terugtrekken maar hadden ongeveer een derde van hun manschappen verloren.

Ten onrechte anticiperend op een Ottomaanse opmars stuurde de overijverige Sieniawski een tweede choragiew. Stanislaw Potocki, Starhorst van Halicz, meldde zich als vrijwilliger aan om de aanval te leiden. Voor de tweede keer braken de Polen door de Turkse rijen heen maar opnieuw verzamelden de Turken zich om de bressen te dichten. Stanislaw betaalde met zijn leven voor zijn moed; een Turk sneed het topje van het hoofd van de Pool af.

Meer Poolse cavalerie-eenheden vielen de Turken aan die gaten lieten vallen om daarna van alle kanten de Polen aan te vallen. Er vielen veel doden en ook werd veel Poolse adel gedood waaronder Andrzej Modrzewski, de koninklijke schatbewaarder. De slachtpartij werd gevolgd door een massale Turkse achtervolging maar die kwam al snel onder vuur te liggen van de Habsburgse infanterie op de Galitzenberg. Hulptroepen vanuit Sobieski’s midden en de tijdige aankomst van dragonders en kurassiers van de Duitse rechtervleugel zorgden ervoor dat de Turken niet verder konden opstomen.

Met het verschrompelen van de Turkse uitval en Jablonowski die de Galitzenberg bezet aan de Poolse rechterkant, wist Sobieski uiteindelijk een ongebroken lijn tot stand te brengen voor de volgende opmars. Ten noorden van de Polen, waren de Duitsers allang weer op krachten gekomen. Ondanks de hitte en de inspanningen van de strijd in de ochtenduren waren de soldaten er zo op gebrand om op te rukken dat de officieren hen met de platte kant van het zwaard in bedwang moesten houden. Zij stonden oog in oog met Ibrahim Pasha op de kam boven de Krottenbach-Döblingerbach. Dit was de sterkste Turkse positie langs het hele front maar verzwakt door de Turkse zendingen die tegenover de Polen kwamen te staan.

Lotharingen aarzelt: genoeg voor vandaag of doorgaan met aanvallen?

Op dit cruciale moment aarzelde Lotharingen. In overleg met zijn Saksische commandanten kon de hertog niet beslissen of er nog een oorlogsberaad moest worden gehouden en of de voortgang van die dag voldoende was of dat ze moesten doorgaan met aanvallen.  De prominente Von Goltz antwoordde “God wijst de weg naar de overwinning … het ijzer smeden als het meet is.” Ingenomen met het advies van Goltz, Lotharingen schreeuwde “Allons marchons!”

De aanval opende met een geweldige barrage aan musketvuur van de christelijke pleinen, waarmee de Turkse verdediging werd gedemoraliseerd en uitgedund. Rond 5 uur ‘s middags lanceerden de Franken en Beiers een aanval op de Türkenschanz, de plek van de Heilige Vlag. Het volledige front van Ibrahim Pasha stortte in waarmee de weg naar Wenen werd geopend. In plaats van richting de stad te bewegen zag Lotharingen de mogelijkheid om de rechtervleugel van Hüseyin Pasha aan te vallen. Pasha die zich aan het voorbereiden was op een grootscheepse aanval van Sobieski. Net als Lotharingen was hij door de agressieve instelling van Sieniawski en de Duitsers overgehaald om door te vechten.

Polish Winged Hussarts Attacking Ottoman Troops (pinterest)
Met de schreeuw “Jezus Maria ratuj” (Jezus Maria help.”) reed de totale Poolse linie omlaag. Omgeven door blinkend staal van hoofd tot dijen en tijger- en luipaardvellen wapperend in de wind en adelaarsveren op hun rug, vormden de voorhoede eenheden van huzaren een bijna buitenaards spektakel. Tot de tanden bewapend met 58 centimeter lange kopia lansen met een wimpel aan de punt, zowel een gebogen als een recht zwaard, vier pistolen en een gevechtshamer, een krachtig bewapend rijdier was de huzaar het prototype van de Poolse huzaar.
Achter de huzaren aan kwamen de pancerny en kwarciany. Ook samengesteld uit Poolse aristocraten, de cavaliers van de pancerny droegen helmen, maliënkolders, schilden, draagbare korte lansen, gebogen zwaarden, speciale handzar  dolken, paalbijlen, musketten en bogen. De kwarciany, de lichtere Poolse cavalerie van de lagere adel en buitenlanders droeg nauwelijks wapenrusting afgezien van korte lansen, zwaarden en soms een pistool. Sobieski zelf leidde de aanval, zijn wapenuitrusting belegd met blauw, luxueus semi-Oriëntaal gewaad met een maarschalk stokje, de  bulawa, in zijn hand. Naast hem, met gebogen zwaard in zijn hand, reed de 14 jaar oude prins Jakób.

Vertraagd door wijngaarden en oneffen terrein, ontwikkelde de zware Poolse cavalerie pas wat snelheid op het open terrein van Baumgarten-Ottakring-Weinhaus maar daar stuitten ze op Turkse verkenners en artillerievuur. Turkse geweren richtten schade aan onder de Poolse troepen maar uiteindelijk bleek de aanval niet te stoppen. Het gekletter van de Poolse lansen weerklonk over het slagveld toen de cavalerie de Turkse gevechtslinie overwon. Sobieski volgde in de voetsporen van zijn huzaren, nam de Turkse geweren in beslag, terwijl de Turken, gedemoraliseerd door de opmars van Lotharingen op hun rechterflank, zich hergroepeerden aan hun linkerkant tegenover  Jablonowski.

Mustafa probeert de Turken te hergroeperen

In het Ottomaanse centrum betreedt Kara Mustafa persoonlijk het strijdperk om te voorkomen dat de Heilige Vlag direct wordt ingenomen door Waldeck zijn gestage opmars van zijn Frankisch-Beierse leger. Geflankeerd door sipâhî en silâhdar(twee soorten cavalerie), viel de Grootvizier uit tegen een regen van Duits kanon- en musketvuur. Mustafa kreeg de vlag te pakken maar om hem heen verkruimelde de Turkse aanval en vluchtte zijn mannen naar de Wien-rivier. Tegelijkertijd viel de Ottomaanse linkervleugel compleet uit elkaar toen Sobieski de samengesmolten troepen aanvoert tegen de Turken die zich hadden gehergroepeerd rond de Breitensee.

Kokend van wraakzucht, beval Mustafa zijn troepen in de loopgraven om te stoppen met het bombarderen van de stad. Zij moesten de werktuigen vernietigen en de gevangenen afslachten. Mustafa wist dat de slag was verloren maar zijn wil om te vechten was onverminderd. Met een lans in zijn hand leidde hij zijn persoonlijke lijfwacht naar een heroïsche maar gedoemde aanval op de christenen. Een voor een legden zijn persoonlijke beveiligers, zijn privésecretaris, talloze knechten en zijn volledige Albanese lijfwacht het loodje onder het vuur en de zwaardslagen van de ontrouwen. Alleen het argument dat zijn dood de vernietiging van de resterende Ottomaanse troepen zou betekenen haalde Mustafa over om het strijdgewoel te staken. Hij greep de Heilige Vlag van de Profeet en zijn eigen schat en ontvluchtte het slagveld rond zes uur ’s avonds om leiding te geven aan de aftocht naar Györ. Sobieski verbood een grootschalige achtervolging omdat hij ten onrechte dacht dat de Turken zouden hergroeperen en een nieuwe aanval zouden lanceren.

Wenen is opgelucht

De troepen van Lotharingen legden contact met Starhemberg, die vanaf de Schottentor was vertrokken om zich bij de vechtenden te voegen. Ludwig Wilhelm van Baden en zijn dragonders kregen de eer om de stad te ontzetten. Ze marcheerde op naar de poort onder begeleiding van drumgeluiden en trompetgeschal en de dragonders voegden zich bij de verdedigers van de stad die het laatste handjevol Turken de stad uitjoegen. Om 10 uur ‘s avonds toen nog eens 600 Moslims over de kling waren gejaagd, waren de gevechten beëindigd. In het Turkse kamp krompen christelijke kinderen ineen om de honderden geslachte gevangenen.  Het garnizoen van Starhemberg nam wraak door 3000 achtergelaten, zieken en gewonden, levend te verbranden. Alles bij elkaar vielen er aan Turkse kant 15.000 doden en aan de geallieerde kant 1500.

Surrender of the Ottomans to John III Sobieski, King of Poland, painted by Jean Matejko (1838-893) Vatican Museums
Sobieski bevel de Duitse troepen rondom de Türkenschanz en Jablonowski zijn vleugel op de oevers van de rivier de Wien om de hele nacht op hun hoede te blijven. Een paar Poolse legereenheden joegen Ottomaanse achterblijvers op tot aan de overkant van de Wien-rivier. De contingenten van  Sobieski en Sieniawski, die waren neergestreken in het hoofdkamp van de Moslims, konden zich niet beheersen. Orde en discipline gingen overboord toen de Polen koortsachtig de mooiste verwennerijen plunderden. In plaats van zijn troepen in toom te houden hield Sobieski het leeuwendeel van de buit voor zichzelf. Daaronder het paviljoen van de Grootvizier, de weldadige binnentuinen, eetzalen, baden en tuinen maar ook bergen gouden en juwelen.

Op de 13de voerde Sobieski een triomfmars uit in Romeinse stijl, toegejuicht door de bevolking die schreeuwde, “Lang leve de koning van Polen.”  Het egoisme van Sobieski kwam al seen klap in het gezicht van de Oostenrijkers en Duitsers. Het voortijdige plunderen van de Polen was al slecht genoeg maar de entrée van Sobieski in Wenen voor de keizer was een beledigende breuk met het protocol.  In het bijzonder Lotharingen walgde van de ijdelheid van Sobieski, die diezelfde dag had voorkomen dat een passende achtervolging van de gedemoraliseerde vijand en Mustafa in staat stelde om duizenden christelijke kinderen gevangen te nemen.

Leopold keert terug naar Wenen

Op de ochtend van de 14de schuimden de Duitsers door de achtergebleven buit in het Turkse kamp. Tegen twaalf uur ‘s middags ontmoeten de keurvorsten Max Emmanuel van Beieren en Johan George III van Saksen, keizer Leopold zelf bij de poorten van Wenen. Bij het opmaken van de staat van zijn verwoeste hoofdstad, zag Leopold veel gebouwen in puin, maar dankzij het beperkte bereik van de Turkse artillerie was veel van de binnenstad ongeschonden gebleven. Leopold was flink geërgerd toen hij hoorde van Sobieski mars de stad in.  

Desondanks hield Sobieski de leiding over de achtervolging van de Turken. Bij het stadje Parkan (het huidige Sturovo in Slowakije) vernederden hij en Lotharingen de Turkse manschappen.  Met de overgebleven Turken op terugtocht naar Belgrado herbevestigden de dorpen die zich hadden onderworpen aan de Sultan nu hun verbondenheid met de Keizer.

Terwijl de geallieerde overwinning de banden tussen het Heilige Roomse Rijk en Polen eerder onder spanning had gezet dan verstevigd vierde de rest van de christelijke wereld feest. In de Weense en Oostenrijkse straten en door heel Europa heerste euforie. Het was de grootste overwinning op de Turken sinds de overwinning Don Juan van Oostenrijk bij Lepanto over de armada van de Sultan in 1571. Voor zijn heldhaftige verdediging van de stad werd Starhemberg beloond met 100.000 kronen, de orde van het Gulden Vlies en de titel van veldmaarschalk.

Een enorm verlies voor de Ottomanen

De omvang van het verlies was Kara Mustafa wel duidelijk en hij hoopte aan de wraakzucht van de Sultan te ontsnappen door al de onderofficieren te laten executeren waarvan hij dacht dat ze de Sultan wel zouden kunnen informeren over hoe slecht de Grootvizier zijn leger had geleid.

Mehmed IV was niet overtuigd. Tijdens de slag vochten de christelijke troepen met kunde en moed, terwijl hun aanval via de Weense bossen wijselijk de natuurlijke verdediging door de rivieren de Donau en de Wien, omzeilde. Desondanks was de overwinning niet zozeer te danken aan christelijke meesterzetten maar aan onachtzaamheid en arrogantie aan de kant van Mustafa. Hij had nagelaten om zijn leger behoorlijk te beschermen tegen aanvallen van buitenaf en hij liet van zijn Janitsaren in de loopgraven rond Wenen blijven en bezegelde daarmee het lot van zijn leger.

Mustafa zou boeten voor zijn falen. Op 25 december, 1683, terwijl hij in zijn paleis in Belgrado verbleef,  brachten afgezanten van de sultan de Grootvizier om het leven door verwurging en stuurden zijn hoofd naar Constantinopel.

“Islam at Vienna’s Gates,” Ludwig H. Dyck’s vertelling van de slag van  1683 om Wenen werd voor het eerst gepubliceerd  in het Military Heritage Magazine, in oktober 2002. In november 2015 werd het artikel opnieuw gepubliceerd online op Warfare History Network.

De versie hierboven is iets ingekort, er zijn extra beelden toegevoegd en er hebben beperkte redactionele aanpassingen plaatsgevoden, met goedkeuring van de schrijver, gebaseerd op een afdruk van de website van de schrijver: Ludwig H. Dyck’s Historical Writings. Het volledige artikel vind je hier.

Opmerkingen van de redacteur:

View of the Kahlenberg, foto by Abellio

‘Wenen’  was niet het einde van de Grote Turkse Oorlog maar vanaf dat moment waren de Ottomanen, voor de verandering, vaak de verdedigende partij in plaats van de agressor. Bij de ondertekening van het verdrag van Karlowitz (1699), gaven de Ottomanen veel van het huidige Kroatië, Servië, Bosnië-Herzegovina en Hongarije aan de Habsburgers. Dat was ook de eerste keer dat de Ottomanen een oorlog beëindigden door territorium af te staan aan Europese machten. De veldslag markeert een verandering in de Europees-Ottomaanse relatie, waarna sprake is van gelijkwaardigheid of zelfs een nadelige positie tegenover hun Europese vijanden terwijl de Habsburgse dynastie bloeide. Zij werden de dominante macht in Centraal-Europa en de noordelijke Balkan en zouden die positie een behoorlijke tijd weten te handhaven.

Verder lezen

BATTLE OF VIENNA, 1683, Blog door Abellio

De schrijver doorkruiste het Weense Woud, beklom de Kahlenberg en bezocht de slagvelden en beschrijft alles in zijn blog: BATTLE OF VIENNA, 1683 waarin hij Ludwich zijn verhaal afzet tegenover het landschap zoals hij het ziet.

 “The Real Battle of Vienna”, door Dag Herbjørnsrud

Abellio’s blog spreekt zich in zijn blog uit tegen ultranationalisme dat gedijt rond de herdenking van de slag in  Polen en Oostenrijk. Een standpunt dat wordt ondersteund door historicus Dag Herbjønsund de oprichter  “the Center for Global and Comparative History of Ideas” in Oslo die beargumenteert dat het een te makkelijke simplificatie is om de slag te zien als  “Islam versus Christendom”, in zijn essay  “Aeon for Friends”.  Aan beide kanten waren verschillende religies vertegenwoordigd en de veldslag was gebaseerd op interetnische samenwerking.  Sobieski had moslim Tataren in zijn gelederen. De soennitische moslim kolonel Samuel Mirza Krzeczowski redde zelfs zijn leven tijdens de slag,   terwijl de Ottomanen een sterke bondgenoot hadden in de Rooms-Katholieke Franse Zonnekoning, Louis XIV,  bijgenaamd  “De  meest christelijke  Turk”  maar hadden ook Hongaren in de gelederen aangevoerd door de Lutherse Protestant en aristocraat Emeric Thököly, zij aan zij met andere Ottomaans-Christelijke vazalstaten Wallachije en Moldavië – allebie Oostelijk-Orthodoxe monarchieën in het huidige Roemenië maar ook de kozak Petro Doroshenko, de leider van het Kozakken Hetmanaat, een staat in Centraal-Oekraïne. 

Lees zijn volledige artikel “The Real Battle of Vienna”.

Aanbevolen boeken

Stoye, John (2000). The Siege of Vienna: The Last Great Trial Between Cross and Crescent. (New York: Pagasus Books, ISBN 978-1-6059-8768-2 (e-book)

Wheatcroft, Andrew (2009). The Enemy at the Gate. Habsburgs, Ottomans and the battle for Europe. (London: Pimlico, ISBN 978-1844-1374-11) 

Ottoman soldiers at the siege of Vienna (pinterest)
Winged Hussar, painting by Anatoly F. Telenik, (dariocaballeros)

Vertaald uit het Engels door Arjan Schuiling