Symposium

Sultans Trail: Close Encounters of East and West

Symposium bij het 12,5 jarig bestaan van de
Stichting Sultans Trail.
Vrijdag 26 Augustus 2022
 Hodshon Huis
Spaarne 17
2011 CD Haarlem
Vanaf 9.30 uur, inloop vanaf 8.45 uur.
Dagvoorzitter voormalig minister Jan Pronk

Toelichting en uitnodiging voor deelname
Met dit symposium wil de Sultans Trail Academie de achtergronden en kenmerken van de culturen en de regio belichten van de route door Zuidoost Europa.
De regio bevat het erfgoed van verschillende belangrijke culturen en imperia, vanuit de oudheid tot en met de Ottomaanse, Habsburgse en Sovjet periode. Een erfenis die nog merkbaar is in de hedendaagse moderne staten van Zuidoost Europa.
We hebben academici van verschillende disciplines bereid gevonden hun medewerking te verlenen over aspecten van cultuur en geschiedenis, maar ook over het verschijnsel reizen. Die inbreng komt vanuit verschillende universiteiten uit binnen en buitenland, daarom zal de voertaal Engels zijn.

Thema’s
De vier thema’s die aan de orde komen betreffen: geschiedenis, cultuur, erfgoed en reizen; in onderlinge samenhang, maar ook met visies op de hedendaagse geopolitieke situatie en uitdagingen voor het toekomstig beleid van de Sultans Trail.

1. Reizen en toerisme

Fietsen of wandelen op de Sultans Trail zijn vormen van het zogenoemde “slow toerisme”.

     Prof. Dominique Vanneste, Universiteit van Leuven, werpt licht op de groeiende belangstelling voor dat type toerisme, met beperkingen maar vooral ook voordelen als duurzaamheid, respect voor lokale cultuur en voor het ontmoeten van mensen.

     Dr. Aleksandra Terzic, Belgrado, Universiteit van Novi Sad, deed met collega’s onderzoek naar de kansen van het thema Ottomaans erfgoed voor het toerisme in de regio.

     Mehmet Tutuncu, SOTA Research Center for Turkish and Arabic World, verhaalt over reizen in het verleden van Osmaans schrijver Evlya Celeby en van de diplomaat “dragoman” Gaspard Testa.

2. Geografische en geopolitieke aspecten

     Dr. Stefan van der Poel, Universiteit van Groningen, ziet “Budapest” in Hongarije als een kruispunt van culturen, met als mogelijke keuze een oriëntatie op het Westen of op het Oosten.

     Dr. Claske Vos, Europese Studies Universiteit van Amsterdam, analyseert het Internationale Cultuurbeleid van de Europese Unie, met het oog op doelstellingen en mogelijkheden voor Zuidoost Europa.

3. “Reconciliation”, de route en reizigers vanuit “vredesperspectief”
Vredesinitiatieven en “verzoeningen” uit verleden en vanaf 1990.

     Dr. Niké Wentholt, Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) vraagt zich af hoe na het opkomend nationalisme volgend op de val van Joegoslavië, de Westelijke Balkan naar het verleden kan kijken.

     Drs. Natasja Nicolic-Brancovic, politicoloog en docent Europese Zaken stelt dat Servië voor de keuze tussen Oost en West zal komen te staan.

     Mehmet Tutuncu refereert aan het unieke vriendschapsverdrag tussen het Ottomaanse rijk en de gloednieuwe Republiek van de Verenigde Nederlanden (anno 1612).

     Prof. Jovan Popesku, Institute for Peace through Tourism, afdeling Servië laat ons kennismaken met de de mechanismen van het toerisme, en hoe die tot vrede kunnen leiden.

4. Reiservaringen, analyses en mogelijkheden voor de toekomst

     Reizigers die de Sultans Trail volgden, als wandelaar of fietser, vertellen over hoe ze het deden, hoe ze het hebben ervaren en wat de mooiste herinneringen zijn.

     Kate Clow, van de “Cultural Routes Society” (Turkije) ziet hoe met vallen en vooral opstaan Culturele routes worden opgezet en hoe de Raad van Europa daar een beleid voor heeft.

     Senija Caucevic, SOAS University of London, rapporteert over mogelijke samenwerking op het terrein van wetenschappelijk onderzoek naar de Sultans Trail.

     Prof. Rene van der Duim, emeritus van Wageningen University, presideert een paneldiscussie over al die ervaringen en kijkt met panelleden naar mogelijkheden voor de toekomst.

Slotwoord
Oud-minister Jan Pronk, die als politicus en econoom grote ervaring heeft op het terrein van internationale samenwerking, is bereid gevonden het symposium te leiden.

Vooraf natuurlijk een welkom door voorzitter Sedat Çakir, die wordt geinterviewd door de bekende reisjournaliste Mariëtte van Beek
Belangstellenden zijn van harte welkom om deel te nemen.

Bij de voorbereiding van het symposium “Sultans Trail: Close Encounters of East and West” spreek ik Jan Pronk, die zal optreden als dagvoorzitter op 26 augustus. Hij is daarvoor gevraagd vanwege zijn grote ervaring met en passie voor internationale samenwerking. Hij was minister in vier kabinetten in Nederland, drie voor Ontwikkelingssamenwerking en eenmaal voor Milieu. En de Sultans Trail is per definitie internationaal, van Wenen naar Istanboel, door acht landen. Een regio met een markant verleden, ook vanuit het gezichtspunt van een politicus. De mensen die je daar ontmoet hebben een veel sterkere band met het verleden van hun land dan bijvoorbeeld in Nederland.

Foto: Dida Mulder

Een regio met grote veranderingen

Mijn eerste vraag is of hij het gebied kent. “Niet zo goed” zegt hij. Maar vervolgens borrelt de ene na de andere anecdote uit zijn geheugen op.
Als minister nam hij deel aan een conferentie in Istanboel. En hij bezocht alle nieuwe staten na de val van de muur en het uiteenvallen van Joegoslavië.
Zijn ervaringen met de regio kende twee pieken in de tijd: de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw. Tot zijn aangename verrassing trof hij, toen hij voor het eerst minister werd (1973), op het departement een bestaand programma aan van samenwerking met Joegoslavië. Dat was vrij uniek: tijdens de koude oorlog samenwerken met een communistisch regime. Het ging niet om financiële steun aan de regering Tito, maar om samenwerking tussen twee landen op een aantal terreinen. Zoals de uitwisseling van academici, initiatieven op het terrein van onderwijs en training. Uitwisseling van ervaringen en kennis.
Dat idee van samenwerking tussen landen, buiten het “politiek correcte” patroon om, noemt hij nog een paar keer. Verstarde en vaak vijandige verhoudingen kunnen daardoor wel eens in beweging worden gebracht. Joegoslavië was voor hem belangrijk om dat toe te passen.
Toen kwamen de rampzalige jaren negentig met het uiteenvallen van Joegoslavië, de onderlinge oorlogen en het falen van de internationale gemeenschap om dat tijdig en vreedzaam op te lossen. Hij probeerde met bezoeken aan verschillende landen de achtergronden van de conflicten te doorgronden en het meest was hij begaan met Bosnië, de deelrepubliek die het zeer zwaar te verduren kreeg. Die keuze werd hem vaak kwalijk genomen.

De val van de Berlijnse muur
Na die val en het uiteenvallen van de Sovjetunie bestond de vrees in de “onwikkelingswereld” dat energie en financiën zouden verschuiven van “Zuid” (de derde wereld) naar Oost.
Vraag aan Pronk of dat heeft plaatsgevonden.
Hij vindt van niet.
Als minister heeft hij kunnen voorkomen dat er uit de begroting Ontwikkelingssamenwerking middelen werden overgeheveld naar b.v. Economische Zaken, ten behoeve het bedrijfsleven.
Geen “gesnoep uit de pot”.
Er was wel iets anders: hij probeerde de nieuwe landen van Oost en Zuidoost Europa te bewegen meer aan ontwikkelingssamenwerking te gaan doen. Dat stuitte bij de nieuwe regeringen op weerstand, omdat ze gewend waren dat hun relaties met de derde Wereld uitsluitend via communistische banden verliep. Het door hem geïnitieerde Oost-West-Zuid programma, een innoverend beleid met een beperkt maar voldoende budget, had daar veel last van. Hij heeft wel de indruk dat particuliere organisaties daar meer succes hadden, omdat die al vóór de val van de muur contacten onderhielden met gelijkgezinden. Zoals de vredesbewegingen.

De positie van de Europese Unie
De EU-top van een paar weken geleden heeft geen toezeggingen gedaan aan landen van de Balkan en Zuidoost-Europa voor mogelijke toetreding tot de EU.
Wat vindt hij daarvan?
Pronk is voor een grote Unie. Vroeger nog meer dan nu. De situatie nu is wat instabiel geworden.
De hantering van voorwaarden van toetreding zou ook anders moeten zijn. Economische voorwaarden zou hij relativeren als probleem. Maar essentieel is dat toetredende landen de Rechtstaat, democratie en Rechten van de Mens respecteren. Dat zijn essentiële waarden.
Op bepaalde terreinen zou altijd meer moeten worden samengewerkt, zoals bij milieu en natuurbehoud. Daar kunnen ze van elkaar leren. Oost is en was beter in natuurbehoud dan West, maar kan veel opsteken op het terrein van milieu.
De EU zou ook een vredesproject moeten zijn door samenwerking aan te gaan met landen als Marokko, Algerije en door gedeelde samenwerking met de Palestijnen en Israël.  Alle Balkan landen zou perspectief op toetreding geboden moeten worden. De EU moet laten zien hoe goed dat is.

“Slow toerisme”
Pronk heeft zelf geen eigen ervaring met “slow toerisme”.  Hij is ook geen wandelaar, maar meer een hardloper (bedoelde hij dat ook in andere opzichten?), die ook bij bezoeken in ontwikkelingslanden dagelijks zijn rondje rende.
Maar hij vindt het belangrijk om bij reizen vooral contacten met “gewone mensen” te hebben. Blijf maar weg uit de centra van hoofdsteden. Hij kan zich voorstellen dat slow toerisme een goed middel daarvoor is.

Academische samenwerking
Hij heeft wel eens gehoord dat academici uit landen in de regio van de Trail vinden dat westerse academici te weinig oog hebben voor hun onderzoek en situaties.
Pronk meent dat meer connecties belangrijk zijn, maar dat het nu ontbreekt aan financiering daarvoor door overheden. Die financiering is teveel gericht op direct economisch voordeel voor het eigen land. Die zou juist de universitaire samenwerking meer moeten bevorderen. Bij voorbeeld door uitwisseling binnen programma’s, liefst ook met landen aan de rand van Europa.
Academisch onderzoek in samenwerking is gewoon noodzaak. Problemen als biodiversiteit en klimaatverandering zijn wereldomvattend.
Kennis en betrokkenheid zijn overal van groot belang, in landen van de regio van de Trail en bij de reizigers die daar een bezoek brengen. 
 
Ton Waarts
Academische Raad Sultans Trail
20 juni 2022