Symposium

Sultans Trail: Close Encounters of East and West

Symposium bij het tienjarig bestaan van de
Stichting Sultans Trail.
Vrijdag 26 november 2021
 Oosterkerk
Zomerkade 165
2032 WC Haarlem
Vanaf 9.30 uur, inloop vanaf 8.45 uur.
Dagvoorzitter voormalig minister Jan Pronk

Toelichting en uitnodiging voor deelname
Met dit symposium wil de Sultans Trail Academie de achtergronden en kenmerken van de culturen en de regio belichten van de route door Zuidoost Europa.
De regio bevat het erfgoed van verschillende belangrijke culturen en imperia, vanuit de oudheid tot en met de Ottomaanse, Habsburgse en Sovjet periode. Een erfenis die nog merkbaar is in de hedendaagse moderne staten van Zuidoost Europa.
We hebben academici van verschillende disciplines bereid gevonden hun medewerking te verlenen over aspecten van cultuur en geschiedenis, maar ook over het verschijnsel reizen. Die inbreng komt vanuit verschillende universiteiten uit binnen en buitenland, daarom zal de voertaal Engels zijn.

Thema’s
De vier thema’s die aan de orde komen betreffen: geschiedenis, cultuur, erfgoed en reizen; in onderlinge samenhang, maar ook met visies op de hedendaagse geopolitieke situatie.

Sprekers
Professor Machiel Kiel, de restauratiesteenhouwer die een zeer vermaarde professor en hoogleraar in de kunstgeschiedenis werdzal ons een blik gunnen op zijn ervaringen tijdens meer dan 50 jaar onderzoek in de regio, met als specialisatie het Osmaanse Rijk en vooral de architectuur.
Een prominente academicus zei over hem: “We hebben in Nederland al heel lang één van de wereldwijd toonaangevende kenners van de Ottomaanse Balkan in Prof. Kiel.”
Verderop in deze nieuwsbrief geven we speciale aandacht aan hem met een klein artikeltje over zijn bijzondere onderzoek.

Professor Dick Douwes, van de (Economische) Geschiedenis Faculteit van de Rotterdamse Erasmus Universiteit neemt ons mee op reizen, maar dan in de geschiedenis. Er werd wat afgereisd in die zes eeuwen van de Ottomanen. De Sultans Trail is er een verre nazaat van.
Prof Douwes waardeert juist ook die vroegere reisbeschrijvers en kiest vandaag voor:
“Burkhardt’s Travels: Rediscovering Syria and the Holy Land for a Western Audience”

Guido van Hengel, historicus en schrijver, met een doceer opdracht bij de The Hague University of Applied Sciences. Hij publiceerde drie boeken over de geschiedenis van de Balkanlanden in Europa in de vorige eeuw. Het laatste “Roedel” werd genomineerd voor de Libris geschiedenis prijs. Hij gaat in op allerlei veranderingen in de Westelijke Balkan, waarvoor hij het woord “Transitocraciën” gebruikt.

Dr. Aleksandra Terzic, van de Servische Academie voor Wetenschap en Kunst, presenteert de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd samen met vakgenoten, naar “percepties met betrekking tot Ottomaans erfgoed in diverse Europese landen”. Een studie ten behoeve van de Sultans Trail.

Dr. Bas de Boer, van de Universiteit van Twente, schreef een boekje over de vrede van Karlowitz. In een aantal opzichten een zeer bijzondere vrede, met een belangrijke rol voor de jonge republiek der Nederlanden en met een uitbreiding van het Habsburgse Rijk. De regio kende tal van conflicten en oorlogen. De Sultans Trail wil een pad van vrede zijn en niet van tegenstellingen.

Professor Dominique Vanneste , van de Universiteit van Leuven, zal spreken over het verschijnsel Culturele Routes als niet-traditionele vorm van toerisme. Is er voldoende toekomst voor dergelijke routes?

De Reizigers. Na die tien jaar van het bestaan van de Trail zijn heel wat mensen op pad geweest. Wat hebben ze vooral meegemaakt? Is het wel bevallen? Kunnen ze het aanbevelen aan andere, meer of minder avontuurlijke reizigers?
Twee fietsers en twee wandelaars komen aan het woord.

Prof. Rene van der Duim, emeritus hoogleraar van Wageningen, leidt een panel van internationale deskundigen. Zijn er  prioriteiten voor culturele routes in een drukke toerisme markt?
Elke deelnemer begint met een korte interventie over mogelijkheden en relevantie voor de regio, waarbij ook aspecten als duurzaamheid en groeipotentieel aan de orde komen.
– Alexandra Terzic (zie hierboven)
– Dr Senija Čaušević, SOAS University of London
– Kate Clow, Cultural Route Society, Turkije
– Max Smits, Trail Coördinator Sultans Trail

Slotwoord
Oud-minister Jan Pronk, die als politicus en econoom grote ervaring heeft op het terrein van internationale samenwerking, is bereid gevonden het symposium te leiden.
Ter voorbereiding hebben we een interview met hem afgenomen. De tekst staat hieronder, evenals een kort CV van Prof. Kiel.
Vooraf natuurlijk een welkom door voorzitter Sedat Çakir.
Belangstellenden zijn van harte welkom om deel te nemen.

De Osmanist, Balkan-kenner en architectuurhistoricus Professor Machiel Kiel heeft zich zijn leven lang bezig gehouden met de Osmaanse architectuur in de Balkan. Hij was van oorsprong restauratiesteenhouwer en werkte aan restauratieprojecten van eeuwenoude Osmaanse monumenten in de Balkan, met het doel deze te behouden voor toekomstige generaties. In de Balkan was destijds namelijk geen geld of belangstelling daarvoor.
De Koude Oorlog, die na de Tweede Wereldoorlog in alle hevigheid opvlamde, maakte het werken aan historische gebouwen niet vanzelfsprekend noch eenvoudig. Achter het zogenaamde IJzeren Gordijn, de scheidslijn tussen Oost en West, werden westerlingen slechts mondjesmaat toegelaten en dan nauwlettend in de gaten gehouden door de communistische overheid.

Prof. Kiel liet zich echter niet ontmoedigen en met de nodige inventiviteit en onverschrokkenheid omzeilde hij alle verboden, geboden en andere problemen. Na verloop van tijd richtte hij zich meer op het onderzoek van de Osmaanse architectuur in de Balkan en de inventarisatie ervan, maar hij bleef zich persoonlijk inzetten voor het behoud van elk van deze monumenten en als lokale autoriteiten een belangrijk bouwwerk verwaarloosden of zelfs wilden afbreken, kwam Kiel’s activistische aard naar boven en streed hij tot in de hoogste echelons voor het behoud ervan.  

Ook nu nog zet hij zich in voor het behoud van de ImaretZaviye van Mihaloğlu Mahmud Bey in Ithiman. Dit is het één-na-oudste Ottomaanse gebouw in de Balkan en zowel de fietsers als de wandelaars op de Sultans Trail komen er langs.
ImaretZaviye moskee in Ithiman
Prof. Kiel liet zich echter niet ontmoedigen en met de nodige inventiviteit en onverschrokkenheid omzeilde hij alle verboden, geboden en andere problemen. Na verloop van tijd richtte hij zich meer op het onderzoek van de Osmaanse architectuur in de Balkan en de inventarisatie ervan, maar hij bleef zich persoonlijk inzetten voor het behoud van elk van deze monumenten en als lokale autoriteiten een belangrijk bouwwerk verwaarloosden of zelfs wilden afbreken, kwam Kiel’s activistische aard naar boven en streed hij tot in de hoogste echelons voor het behoud ervan.  

Ook nu nog zet hij zich in voor het behoud van de ImaretZaviye van Mihaloğlu Mahmud Bey in Ithiman. Dit is het één-na-oudste Ottomaanse gebouw in de Balkan en zowel de fietsers als de wandelaars op de Sultans Trail komen er langs.

Bij de voorbereiding van het symposium “Sultans Trail: Close Encounters of East and West” spreek ik Jan Pronk, die zal optreden als dagvoorzitter op 26 november. Hij is daarvoor gevraagd vanwege zijn grote ervaring met en passie voor internationale samenwerking. Hij was minister in vier kabinetten in Nederland, drie voor Ontwikkelingssamenwerking en eenmaal voor Milieu. En de Sultans Trail is per definitie internationaal, van Wenen naar Istanboel, door acht landen. Een regio met een markant verleden, ook vanuit het gezichtspunt van een politicus. De mensen die je daar ontmoet hebben een veel sterkere band met het verleden van hun land dan bijvoorbeeld in Nederland.

Foto: Dida Mulder

Een regio met grote veranderingen

Mijn eerste vraag is of hij het gebied kent. “Niet zo goed” zegt hij. Maar vervolgens borrelt de ene na de andere anecdote uit zijn geheugen op.
Als minister nam hij deel aan een conferentie in Istanboel. En hij bezocht alle nieuwe staten na de val van de muur en het uiteenvallen van Joegoslavië.
Zijn ervaringen met de regio kende twee pieken in de tijd: de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw. Tot zijn aangename verrassing trof hij, toen hij voor het eerst minister werd (1973), op het departement een bestaand programma aan van samenwerking met Joegoslavië. Dat was vrij uniek: tijdens de koude oorlog samenwerken met een communistisch regime. Het ging niet om financiële steun aan de regering Tito, maar om samenwerking tussen twee landen op een aantal terreinen. Zoals de uitwisseling van academici, initiatieven op het terrein van onderwijs en training. Uitwisseling van ervaringen en kennis.
Dat idee van samenwerking tussen landen, buiten het “politiek correcte” patroon om, noemt hij nog een paar keer. Verstarde en vaak vijandige verhoudingen kunnen daardoor wel eens in beweging worden gebracht. Joegoslavië was voor hem belangrijk om dat toe te passen.
Toen kwamen de rampzalige jaren negentig met het uiteenvallen van Joegoslavië, de onderlinge oorlogen en het falen van de internationale gemeenschap om dat tijdig en vreedzaam op te lossen. Hij probeerde met bezoeken aan verschillende landen de achtergronden van de conflicten te doorgronden en het meest was hij begaan met Bosnië, de deelrepubliek die het zeer zwaar te verduren kreeg. Die keuze werd hem vaak kwalijk genomen.

De val van de Berlijnse muur
Na die val en het uiteenvallen van de Sovjetunie bestond de vrees in de “onwikkelingswereld” dat energie en financiën zouden verschuiven van “Zuid” (de derde wereld) naar Oost.
Vraag aan Pronk of dat heeft plaatsgevonden.
Hij vindt van niet.
Als minister heeft hij kunnen voorkomen dat er uit de begroting Ontwikkelingssamenwerking middelen werden overgeheveld naar b.v. Economische Zaken, ten behoeve het bedrijfsleven.
Geen “gesnoep uit de pot”.
Er was wel iets anders: hij probeerde de nieuwe landen van Oost en Zuidoost Europa te bewegen meer aan ontwikkelingssamenwerking te gaan doen. Dat stuitte bij de nieuwe regeringen op weerstand, omdat ze gewend waren dat hun relaties met de derde Wereld uitsluitend via communistische banden verliep. Het door hem geïnitieerde Oost-West-Zuid programma, een innoverend beleid met een beperkt maar voldoende budget, had daar veel last van. Hij heeft wel de indruk dat particuliere organisaties daar meer succes hadden, omdat die al vóór de val van de muur contacten onderhielden met gelijkgezinden. Zoals de vredesbewegingen.

De positie van de Europese Unie
De EU-top van een paar weken geleden heeft geen toezeggingen gedaan aan landen van de Balkan en Zuidoost-Europa voor mogelijke toetreding tot de EU.
Wat vindt hij daarvan?
Pronk is voor een grote Unie. Vroeger nog meer dan nu. De situatie nu is wat instabiel geworden.
De hantering van voorwaarden van toetreding zou ook anders moeten zijn. Economische voorwaarden zou hij relativeren als probleem. Maar essentieel is dat toetredende landen de Rechtstaat, democratie en Rechten van de Mens respecteren. Dat zijn essentiële waarden.
Op bepaalde terreinen zou altijd meer moeten worden samengewerkt, zoals bij milieu en natuurbehoud. Daar kunnen ze van elkaar leren. Oost is en was beter in natuurbehoud dan West, maar kan veel opsteken op het terrein van milieu.
De EU zou ook een vredesproject moeten zijn door samenwerking aan te gaan met landen als Marokko, Algerije en door gedeelde samenwerking met de Palestijnen en Israël.  Alle Balkan landen zou perspectief op toetreding geboden moeten worden. De EU moet laten zien hoe goed dat is.

“Slow toerisme”
Pronk heeft zelf geen eigen ervaring met “slow toerisme”.  Hij is ook geen wandelaar, maar meer een hardloper (bedoelde hij dat ook in andere opzichten?), die ook bij bezoeken in ontwikkelingslanden dagelijks zijn rondje rende.
Maar hij vindt het belangrijk om bij reizen vooral contacten met “gewone mensen” te hebben. Blijf maar weg uit de centra van hoofdsteden. Hij kan zich voorstellen dat slow toerisme een goed middel daarvoor is.

Academische samenwerking
Hij heeft wel eens gehoord dat academici uit landen in de regio van de Trail vinden dat westerse academici te weinig oog hebben voor hun onderzoek en situaties.
Pronk meent dat meer connecties belangrijk zijn, maar dat het nu ontbreekt aan financiering daarvoor door overheden. Die financiering is teveel gericht op direct economisch voordeel voor het eigen land. Die zou juist de universitaire samenwerking meer moeten bevorderen. Bij voorbeeld door uitwisseling binnen programma’s, liefst ook met landen aan de rand van Europa.
Academisch onderzoek in samenwerking is gewoon noodzaak. Problemen als biodiversiteit en klimaatverandering zijn wereldomvattend.
Kennis en betrokkenheid zijn overal van groot belang, in landen van de regio van de Trail en bij de reizigers die daar een bezoek brengen. 
 
Ton Waarts
Academische Raad Sultans Trail
20 oktober 2021