Belevenissen op de fiets tijdens de Sultanstrail 2025

De Sultanstrail, zei vriendin-lief, is dat wat voor ons? Het jaar daarvoor hadden we een fietstocht gemaakt van Venetië naar Igoumenitsa. Vanaf Noord-Italië dwars door de westelijke Balkanlanden naar Griekenland. Dit zou een meer oostelijke variant daarvan worden, maar dan vanuit Wenen naar Istanbul. Het klonk aantrekkelijk. De Balkan had ons mateloos gefascineerd en deze tocht voerde door een aantal landen die we nog niet kenden. Ook het vooruitzicht om te finishen in Istanboel klonk aanlokkelijk; de ietwat mysterieuze stad op de grens van Europa en Azië.

Logistiek werd het wel een echte uitdaging. Omdat we elektrisch fietsen op onze lange fietstochten, bleek het onmogelijk om met de trein terug te reizen. Overal andere regels en tientallen keren moeten overstappen maakte het tot een ondoordringbaar administratief woud voor ons. Terugvliegen was vanwege de accu’s ook op voorhand uitgesloten. Er gaat wel een ferry naar Griekenland, maar dan zitten we pas in Athene. Geen fiets ophaalservice, zoals in vele Europese landen. Wat nu?

Een heldere inval zorgde ineens voor de oplossing: we gaan met de auto en de fietsen achterop naar Wenen. Daar starten we de route naar Istanboel op de fiets. Zoonlief haalt ondertussen de auto op in Wenen en gaat met vrienden lekker vakantie houden in de Balkan. Hij parkeert de auto in Istanboel en stapt daar op het vliegtuig met zijn matties. Als wij in Istanboel arriveren, zoeken we de auto en gaan, met de fietsen achterop, rustig weer naar huis. De zoon bleek daar wel oren naar te hebben, dus zo gezegd, zo gedaan. Probleem opgelost.

In september 2025 stapten we op de fiets in Wenen, kampeerspullen achterop. Een stukje door Slowakije met het sfeervolle en jong aanvoelende Bratislava, vervolgens dwars door het ietwat stuggere Hongarije met de iconische stad Boedapest aan de Donau. Prachtige fietstochten elke dag, niet al te zwaar en gelardeerd met vele relikwieën van het eens zo machtige Ottomaanse rijk. Zo fietsten we opgewekt Servië binnen. Ook dat land was een ontdekking voor ons: levendig, vele kleine stadjes en dorpen en een aardige, open bevolking, die welgemoed leeft met hún relikwieën uit het nabije Joegoslavië-tijdperk, zoals de Yugo’s en de Zastava’s of de ‘gezellige’ betonflats.

Zo fietsen we na twee weken welgemoed weg uit Bačka Palanka, een mooi stadje in Servië. Een mager zonnetje laat zich zien. De stad uitkomen moet via drukke wegen, dus het is opletten voor ons. Plots belt zoonlief. ‘We staan voor de grens met Montenegro en moeten het kentekenpasje laten zien. Waar heb je die verstopt in de auto?’ Eh… o lieve hemel, die zit gewoon in mijn portemonnee. En wij zijn op weg naar Novi Sad in Servië. Wat nu, goede raad is duur? Typische Europese-Unie-lichtvaardigheid van mij, want daar wordt nooit gevraagd naar dat soort paperassen bij het passeren van een grens. Misschien volstaat een kopie ook? Snel maak ik een foto van de pas en stuur die door naar hem. Helaas, zo blijkt enige tijd later. De douane daar is onvermurwbaar. Ze komen het land niet in. Koortsachtig overleggen we. Na het afpellen van alle mogelijkheden blijkt er niets anders op te zitten dan dat we de pas opsturen naar een veilige plek. Dat wordt dus Dubrovnik, want dat is Europese Unie. De jongens moeten er dan wel in slagen om van Bosnië-Herzegovina naar Kroatië te komen. En wij moeten als de wiedeweerga die pas zo snel mogelijk opsturen.

Haastig fietsen we door naar Novi Sad, waar we een DHL vinden met express service. Die service blijkt echter niet veel voor te stellen. Nee, het is vrijdagmiddag en in het weekend wordt er niet gewerkt. Dus de pas komt pas op zijn vroegst volgende week woensdag aan, want dat gaat niet sneller vanuit een niet-EU-land. Gelukkig blijken de jongens er intussen wel in geslaagd te zijn om met de nodige overredingskracht Dubrovnik te bereiken. We sturen de pas op naar een dierenwinkel met DHL-service in die oude stad. De jongens moeten onverhoopt vijf dagen doorbrengen daar, maar dat is niet anders. Op hoop van zegen…

Ondertussen vervolgen wij onze reis. Maar met een knagend, vervelend gevoel: komt het wel goed? De track-and-trace code van de zending helpt ons niet echt. Dagen gebeurt er ogenschijnlijk niets, dan is de pas ineens op een ogenschijnlijk onlogische plaats, ver uit de buurt van Dubrovnik. Waar gaat dat heen? Gelukkig verschijnt op woensdag dan toch het bericht dat de pas onderweg is naar de dierenwinkel en daar bezorgd gaat worden. Yes, eindelijk! Daar zaten we op te wachten.

De spanning stijgt. De jongens zijn inmiddels op weg naar de dierenwinkel. Dan verschijnt ineens een bericht in de DHL-app dat het niet gelukt is om het pakketje af te leveren. Of ik contact op wil nemen met de Express-service van DHL. Ik val bijna van de fiets af. Hoe kan dit nu weer? Gedesillusioneerd bel ik de jongens. Die zijn bijna bij de dierenwinkel en we spreken af daar verder te overleggen. Wat een rampscenario. De auto komt zo nooit in Istanboel, de vakantie van de jongens lijkt ten einde. En hoe komen we ooit weer thuis?

Weer een ping van de telefoon, berichtje van de jongens. En wat zien we daar? De kentekenpas in de handen van zoonlief! Hé, hoe is dat nu weer mogelijk? Een enorm gevoel van opluchting maakt zich van mij meester. Blij voor de jongens, want zij kunnen verder. En blij voor ons, want ook wij kunnen verder. Waarschijnlijk is een foute code ingetoetst door de bezorger, maar hoe het ook zij, de pas is daar waar hij hoort te zijn. Na deze achtbaan van emoties vervolgen we vele kilo’s lichter onze weg. Dat die nogal steil omhoog loopt, deert ons nu in het geheel niet.

Na Servië doorkruisen we Bulgarije, een stukje Griekenland en komen uiteindelijk in noordwestelijk Turkije aan. We hebben al veel mooie ritten gemaakt deze vakantie, maar het binnenrijden van de voormalige hoofdstad Edirne is een feestje. Het lijkt wel een sprookje uit Duizend-en-een-nacht. Overal kraampjes en uitstallingen langs de weg, gezellige drukte, overal moskeeën, de oproep tot gebed klinkt in allerlei toonaarden en de stad zelf is een mooie, sfeervolle islamitische mengeling van oude gebouwen en smalle straatjes. We voelen ons welkom door de vele begroetingen onderweg.

Edirne blijkt de laatste grote pleisterplaats voor Istanbul. Het ruige en onherbergzame noordwesten van Turkije moet eerst bedwongen worden. Met drie dagen slechte en stoffige wegen, piepkleine dorpjes, oneindige heuvels, vele grote zwerfhonden op ons pad en windkracht zes pal op de kop hadden we daar best een kluif aan.

Eindelijk verschijnt Istanboel aan de horizon. De bebouwing vermeerdert zich snel en voor je het weet fietsen we die immense stad in. Dat gaat wonderwel goed, dankzij de accurate navigatie, wat bravoure van onze kant en de bereidheid van het autoverkeer om rekening met ons te houden.

We blijven nog een paar dagen in deze verbazingwekkende stad en gaan dan op huis aan. De auto staat op een lang-parkeren plek aan de kust, toevallig in de buurt van ons hotelletje. Fietsen achterop en rustig op huis aan. Plan geslaagd!

Maar we hebben te vroeg gejuicht. Aangekomen bij de Turkse grens worden we aan de kant gebonjourd, zonder uitleg. We weten niet wat er aan de hand is, maar dat er iets niet goed zit, voelen we wel aan ons theewater. Na anderhalf uur wachten verschijnt een douanebeambte met een stapel papieren onder zijn arm. Het blijken een aantal boetes te zijn. Maar waarom? Het schijnt dat ik in overtreding ben, omdat ik niet dezelfde bestuurder ben als degene die de auto bestuurde bij binnenkomst in Turkije. Hetzelfde geldt voor mijn zoon. Die heeft het land niet in diezelfde auto weer verlaten. Ik word gesommeerd om ter plekke de boetes te voldoen, anders worden we niet doorgelaten. Nogal gefrustreerd betaal ik met de creditcard ruim €1.500 aan boetes. Dat is zuur geld, vooral ook omdat ik van het bestaan van deze wet niet op de hoogte was en volkomen te goeder trouw handelde. Maar dat maakt natuurlijk geen indruk, dat snap ik ook wel.

Maar gelukkig, niets kan op tegen de prachtige fietsreis die we hebben gemaakt. Na een dag is het katerige gevoel weg en kijken we terug op weer een verrijkende fietstocht van zo’n 2200 kilometer. Prachtige steden gezien en beleefd als Wenen, Bratislava, Boedapest, Novi Sad, Sofia, Plovdiv, Edirne en natuurlijk Istanboel. Vele mooie ontmoetingen gehad met de lokale bevolking, indrukwekkende etappes, gefietst, soms behoorlijk uitdagend, en voornamelijk prima fietsweer. Landen en streken gezien die we niet eerder hadden aangedaan, veel opgestoken van de historie, de vele verschillende culturen en het aanstekelijke enthousiasme van de inwoners van de acht landen waar we doorheen gefietst zijn. Wij kunnen – met de ervaring die we nu hebben – deze fietsreis van harte aanbevelen!

Jolande en Peter Noten

Polarsteps om de avonturen van Jolande en Peter te volgen.